|
|
|
|
Wijzigingen mestbeleid met ingang van 2010
|
|
|
- Vanaf 2010 zal de werkingscoefficient voor drijfmest op zand en loss verhoogd worden van 65% naar 70%.
- Voor runderdrijfmest zal het w.c. verhoogd worden van 45% naar 60%.
- Aanscherping van de gewasnormen: Op zand en loss zullen vanaf 2010 de normen voor grasland, groenbemesters verlaagd worden, vanaf 2012 worden alle normen verder verlaagd. Op kleigronden blijven de gewasnormen gelijk tov 2009.
- De norm voor wintertarwe op klei wordt verhoogd vanaf 2010 van 220 kg N naar 245 kg N.
- Op klei komen bedrijfsspecifieke normen voor fritesaardappelen en Suikerbieten. Bij een opbrengst boven 50 ton/ha fritesaardappelen mag 30 kg N extra worden gerekend. Bij een opbrengst boven 75 ton/ha voor bieten, mag 15 kg N extra worden berekend. Bij aardappelen geldt het alleen voor een beperkt aantal rassen (zie tabel 1c).
- De fosfaatnormen worden afhankelijk van het Pw-getal (bouwland) of PAl-getal (grasland) Waarschijnlijk gaat dit gelden per perceel.
- De extra norm voor fosfaatfixerende gronden (Pw <25 of PAl <16) is verlaagd van 160 kg P2O5 naar 120 kg P2O5. Nieuw is dat voor grasland deze norm ook geldt voor de extra aanvoer in de vorm van mest (was voor bouw- en grasland alleen in de vorm van kunstmest).
- Het doorschuiven van fosfaat (max 20 kg/ha) blijft ongewijzigd.
- Vanaf 2010 worden de toegestane vanggewassen na de teelt van maïs op zand- en lössgrond uitgebreid. Naast gras, winterrogge, bladkool en bladrammenas mag u vanaf dan ook wintertarwe, wintergerst en triticale gebruiken als vanggewas.
- Vanaf 2010 mag u de graszode op zand- en lössgrond vernietigen tot en met 31 mei (dit was tot en met 10 mei). Dit mag alleen als u direct na het vernietigen opnieuw gras inzaait.
Terug
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|